Wingsurfen: wat is het en hoe werkt het?

De nieuwste trend op het gebied van watersport is overgekomen vanuit Hawaii: wingsurfen. De naam lijkt erg op de bekende sport genaamd windsurfen, maar werkt net even iets anders. In deze blog introduceren wij je graag aan deze interessante watersport. 

Wat is wingsurfen? 

Wingsurfen is eigenlijk een combinatie tussen verschillende watersporten zoals kitesurfen en windsurfen. Het lijkt het meest op windsurfen. Voor deze sport sta je op een board en laat je je voorttrekken door een wing die je in je handen houdt. De wing zorgt voor voortstuwing omdat deze wind vangt. Wanneer je meer ervaring hebt kun je ook nog een foil toevoegen. Deze vleugel bevestig je onder je board. De foil zorgt ervoor dat je snel boven het water gaat uitsteken. Hierdoor lijkt het bijna alsof je over het water zweeft. 

Wat heb je nodig om te wingsurfen? 

Om te starten met wingsurfen heb je een aantal onderdelen nodig: 

  • Wing: het belangrijkste onderdeel van wingsurfen is natuurlijk de wing. Dit is een opblaasbaar zeil die je tijdens wingsurfen in je handen houdt. De perfecte grootte van een wing is sterk afhankelijk van de windkracht waarbij jij wilt gaan wingsurfen. 
  • Wingsurf board: hier sta je op tijdens het wingsurfen. Op basis van je niveau en gewicht kies je de maat van je board uit.  
  • Hydrofoil: voor gevorderde wingsurfers is het een optie op een hydrofoil toe te voegen. Dit is een vleugel die je onder je board plaatst. Deze zorgt ervoor dat je boven het water uit gaat steken. 

Is wingsurfen iets voor mij? 

Bij wingsurfen is een groot voordeel dat je op ieder niveau kunt instappen. Als beginner start je bijvoorbeeld met een kleinere wing, zonder hydrofoil en met minder wind. Je kan natuurlijk ook altijd lessen nemen in wingsurfen. Verder is een erg groot voordeel van wingsurfen dat je het overal in Nederland kunt doen. Als het water maar diep genoeg is dat de foil de grond niet raakt en er genoeg wind staat kun jij al genieten van deze unieke watersport.  

Lees tip:  Kruiden supplementen voor voetballers: wanneer zijn ze geschikt?